ECLI:NL:GHARL:2018:7079
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens hinderlijk parkeren op Brouwerijweg
De betrokkene werd bij inleidende beschikking beboet wegens het zodanig parkeren van zijn voertuig op de Brouwerijweg te Arnhem dat het verkeer hinder kon ondervinden, in strijd met artikel 5 WVW Pro 1994. De betrokkene voerde aan dat er geen daadwerkelijke hinder was omdat het overige verkeer voldoende ruimte had om te passeren en dat de verbalisant onbetrouwbaar was vanwege vreemde leestekens en onjuiste vermeldingen in het proces-verbaal.
Het hof oordeelde dat het niet zo is dat de verbalisant altijd in het gelijk wordt gesteld, maar dat diens verklaring een voldoende grondslag vormt tenzij de betrokkene concrete feiten en omstandigheden aandraagt die twijfel zaaien. De verklaring van de verbalisant werd ondersteund door foto's en het hof stelde vast dat het voertuig van de betrokkene zodanig geparkeerd stond dat tegemoetkomend verkeer moest uitwijken, waardoor hinder kon ontstaan.
Het hof verwierp het verzoek van de betrokkene om de verbalisant te vervolgen wegens meineed, aangezien dit niet tot de bevoegdheid van het hof behoort. De kantonrechter had het beroep terecht ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze beslissing en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.