Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
verweerster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2014, zijn in hoger beroep gekomen tegen beslissingen van de rechtbank over hoofdverblijfplaats, zorgregeling en schoolkeuze. De relatie tussen de ouders eindigde in 2015 en zij oefenen gezamenlijk gezag uit. Het hof bevestigt het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om de hoofdverblijfplaats bij de vader te laten en de bestaande zorgregeling met om de week verblijf te handhaven, gezien het belang van het kind en de positieve ontwikkeling.
De communicatie tussen ouders is ernstig verstoord, ondanks pogingen tot mediation, waardoor het risico bestaat dat het kind klem komt te zitten in de ouderstrijd. Het hof adviseert individuele hulpverlening om communicatie te verbeteren. De vader wilde dat het kind naar een andere basisschool in zijn woonplaats ging, maar het hof oordeelt dat het huidige schooladres het beste is voor het kind, dat zich daar goed ontwikkelt.
Het hof wijst het verzoek van de moeder tot wijziging van de zorgregeling af, omdat meer wisselmomenten de situatie onrustiger zouden maken. De vakanties en feestdagen worden verdeeld met een duidelijke regeling, waarbij het belang van het kind en de praktische haalbaarheid centraal staan. Het hof benadrukt dat ouders zich moeten richten op samenwerking en respect om het welzijn van het kind te waarborgen.
Uitkomst: Hoofdverblijfplaats blijft bij vader, huidige zorgregeling en schoolkeuze worden gehandhaafd, vakanties en feestdagenregeling vastgesteld.