Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant sub 1] ,
[appellant sub 2],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
grief 1voeren [appellanten] aan dat zij de inhoud van de brief van 11 februari 2015 betwisten. Het hof zal zich daarvan rekenschap geven, net zoals de kantonrechter overigens heeft gedaan, zoals blijkt uit het feit dat hij in het tussenvonnis van 30 december 2015 een bewijsopdracht aan Bouwinvest heeft gegeven.
grief 2heeft [appellanten] aangevoerd dat de kantonrechter ten onrechte al in het tussenvonnis heeft beslist over het verweer dat onder de omstandigheden ook bij ernstige overlast niet mag worden ontbonden. Volgens [appellanten] had de kantonrechter dit bij een allesomvattende afweging in het eindvonnis moeten doen. Bij deze grief heeft [appellanten] geen belang omdat zij, zoals ook blijkt uit de overige grieven, de bewijswaardering en de vraag of de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt, alsmede de afweging van de belangen in volle omvang aan het hof voorleggen. Het hof zal die afweging (opnieuw) verrichten.
grieven 3 tot en met 8hebben [appellanten] , samengevat, bezwaren gericht tegen de bewijswaardering, tegen het feit dat de kantonrechter niet heeft geoordeeld dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt en tegen het feit dat hij het beroep van [appellanten] op de omstandigheden van het geval niet heeft gehonoreerd. Deze grieven lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling.