ECLI:NL:GHARL:2018:6262
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit witwassen
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit witwassen.
De veroordeelde was eerder veroordeeld voor meermalen gepleegd witwassen, waarbij de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel had vastgesteld op €924.950,19 en de verplichting tot betaling aan de Staat had opgelegd. Het hof heeft deze beslissing vernietigd omdat onvoldoende is komen vast te staan dat de veroordeelde daadwerkelijk financieel voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde witwassen.
Daarnaast was onvoldoende bewijs dat het voordeel afkomstig was uit het aan het witwassen voorafgaande gronddelict. De vordering tot ontneming is daarom afgewezen. Het arrest is gewezen na behandeling op terechtzittingen in december 2016 en juni 2018 en is op 9 juli 2018 uitgesproken.
De beslissing betekent dat de eerdere veroordeling tot betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel door het hof is vernietigd en de vordering wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.