Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van het geding
2.De beoordeling van de vordering
4.De beslissing
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij beschikking van 5 oktober 2017 vastgesteld dat delen van de verdeling van de inboedel berusten op valse stukken, waarna de procedure voor dit onderdeel is heropend. De vrouw vordert dat de gehele inboedel aan haar wordt toegedeeld vanwege het bedrog van de man, die erkent valsheid in geschrifte te hebben gepleegd en daardoor zijn aandeel in bepaalde inboedelgoederen heeft verbeurd.
De man betwist dat alle inboedelzaken verbeurd zijn en stelt dat de vrouw reeds in bezit is van een deel van de goederen. Het hof oordeelt dat alle inboedelzaken genoemd in de koop- en leveringsakte van 31 oktober 2013 alsnog verdeeld moeten worden en dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat hij goederen aan de vrouw heeft afgegeven.
De waarde van de inboedel wordt geschat op €10.000,-, aanzienlijk lager dan de door de vrouw opgegeven waarde, omdat tweedehands inboedel doorgaans een lage waarde heeft. De man wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan de vrouw en tevens in de proceskosten, omdat de procedure door zijn bedrog noodzakelijk was geworden.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €10.000 aan de vrouw en in de proceskosten.