ECLI:NL:GHARL:2018:5785
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toekenning proceskostenvergoeding wegens beroepsmatige rechtsbijstand
Betrokkene had beroep ingesteld tegen beslissingen van het Openbaar Ministerie, waarbij de kantonrechter de beroepen gegrond verklaarde maar de verzoeken om proceskostenvergoeding afwees. De kantonrechter vond onvoldoende bewijs dat de gemachtigde van betrokkene over de vereiste juridische scholing beschikte om als derde beroepsmatig rechtsbijstand te verlenen.
In hoger beroep overlegt de gemachtigde een studievoortgangsoverzicht en een bachelordiploma fiscaal recht, waarmee wordt aangetoond dat hij wel degelijk over voldoende juridische scholing beschikt. Daarnaast is vastgesteld dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van zijn duurzame, op inkomsten gerichte taakuitoefening.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter ten onrechte de proceskostenvergoeding heeft afgewezen en vernietigt dit deel van de beslissing. Het hof kent aan betrokkene een proceskostenvergoeding toe voor de behandeling bij de kantonrechter en in hoger beroep, waarbij het bedrag wordt vastgesteld op € 626,25. De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot betaling van deze kosten.
Uitkomst: Het gerechtshof kent proceskostenvergoeding toe aan betrokkene en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van € 626,25.