ECLI:NL:GHARL:2018:5785

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
22 juni 2018
Zaaknummer
WAHV 200.200.087
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 2 Besluit proceskosten bestuursrechtartikel 3 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over toekenning proceskostenvergoeding wegens beroepsmatige rechtsbijstand

Betrokkene had beroep ingesteld tegen beslissingen van het Openbaar Ministerie, waarbij de kantonrechter de beroepen gegrond verklaarde maar de verzoeken om proceskostenvergoeding afwees. De kantonrechter vond onvoldoende bewijs dat de gemachtigde van betrokkene over de vereiste juridische scholing beschikte om als derde beroepsmatig rechtsbijstand te verlenen.

In hoger beroep overlegt de gemachtigde een studievoortgangsoverzicht en een bachelordiploma fiscaal recht, waarmee wordt aangetoond dat hij wel degelijk over voldoende juridische scholing beschikt. Daarnaast is vastgesteld dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van zijn duurzame, op inkomsten gerichte taakuitoefening.

Het hof oordeelt dat de kantonrechter ten onrechte de proceskostenvergoeding heeft afgewezen en vernietigt dit deel van de beslissing. Het hof kent aan betrokkene een proceskostenvergoeding toe voor de behandeling bij de kantonrechter en in hoger beroep, waarbij het bedrag wordt vastgesteld op € 626,25. De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot betaling van deze kosten.

Uitkomst: Het gerechtshof kent proceskostenvergoeding toe aan betrokkene en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van € 626,25.

Uitspraak

WAHV 200.200.087, 200.200.091 en 200.200.094
22 juni 2018
CJIB 193219685, 193219656 en 193219706
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 24 augustus 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,
kantoorhoudende te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissingen gegrond verklaard, die beslissingen vernietigd en de beroepen tegen de inleidende beschikkingen ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter de verzoeken van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is niet tijdig gebruik gemaakt.
De gemachtigde van de betrokkene heeft bij brief van 3 oktober 2017 nadere gronden van het beroep ingediend.

Beoordeling

1. Het hoger beroep is beperkt tot de beslissing van de kantonrechter op de verzoeken om proceskostenvergoeding. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter ten onrechte geen proceskostenvergoedingen heeft toegekend.
2. De kantonrechter heeft de verzoeken om proceskostenvergoeding afgewezen omdat onvoldoende is gebleken dat de gemachtigde zodanige juridische scholing heeft genoten dat hij geacht kan worden rechtsbijstand te verlenen. Hierop gelet houdt de kantonrechter het ervoor dat geen sprake is geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
3. In hoger beroep heeft de gemachtigde een studievoortgangsoverzicht en bachelordiploma fiscaal recht overgelegd. Hiermee is voldoende aangetoond dat de gemachtigde zodanige juridische scholing heeft genoten dat hij geacht kan worden rechtsbijstand te verlenen. De kantonrechter heeft het verzoek ten onrechte op deze grond afgewezen.
4. Nu daarnaast voldoende is gebleken dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte, taakuitoefening, is het verzoek om proceskostenvergoeding ten onrechte afgewezen. De beslissing van de kantonrechter kan in zoverre niet in stand blijven. Het hof zal, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, bepalen dat aan de betrokkene een proceskostenvergoeding wordt toegekend voor de behandeling van de beroepen bij de kantonrechter.
5. In deze zaken is sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. Zodoende worden onderhavige zaken voor de toepassing van artikel 2 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht als één zaak beschouwd. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter. Hieraan dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 501,- (= 2 x € 501,- x 0,5).
6. Nu de betrokkene ook in hoger beroep in het gelijk wordt gesteld, komt het verzoek om toekenning van een vergoeding voor de proceskosten gemaakt in hoger beroep eveneens voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het hoger beroepschrift moet één punt worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,-. Gelet op de aard van de zaak (de toekenning van proceskostenvergoeding) past het hof wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten van het hoger beroep tot een bedrag van € 125,25 (= 1 x € 501,- x 0,25).
7. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij de verzoeken om proceskostenvergoeding zijn afgewezen;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 626,25, over te maken op rekeningnummer [00000] ten name van [C] .
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.