Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene, geboren in 1964, is onder bewind gesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand die hem belemmert zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Bij verzoekschrift heeft de toenmalige bewindvoerder verzocht tot ondercuratelestelling wegens gewoonte van drankmisbruik, wat de kantonrechter heeft toegewezen.
In hoger beroep betwist de betrokkene de ondercuratelestelling en verzoekt hij om ontslag van de huidige bewindvoerder en aanstelling van een andere bewindvoerder, dan wel instelling van mentorschap. Het hof heeft de procedure behandeld, waarbij ook de ouders van de betrokkene als informanten aanwezig waren.
Het hof oordeelt dat de betrokkene door zijn ernstige en langdurige alcoholverslaving zijn belangen niet behoorlijk kan waarnemen en dat een lichtere maatregel onvoldoende is. De betrokkene heeft onvoldoende besef van zijn financiële en woonomstandigheden, hetgeen door de stukken en getuigenissen wordt bevestigd.
Hoewel de betrokkene en zijn ouders stellen dat de curator weinig contact onderhoudt, acht het hof de verklaring van de curator geloofwaardig en ziet geen aanleiding tot benoeming van een andere curator. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en de overige verzoeken afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling wegens drankmisbruik en wijst de overige verzoeken af.