ECLI:NL:GHARL:2018:5381
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in verkeerszaak
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter in een verkeerswetgevingzaak. De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van het Openbaar Ministerie, maar het beroepschrift werd te laat ontvangen door de griffie van de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) over de berekening van de beroepstermijn en de vraag of deze termijn met een week verlengd kon worden. De betrokkene stelde dat het beroep tijdig was ingediend omdat de dag van verzending niet meegeteld mocht worden. Het hof oordeelde dat de termijn van zes weken begint te lopen op de dag na toezending van de beslissing en eindigt op de zesde week, zonder verlenging van die termijn.
Artikel 6:9 lid 2 Awb Pro is bedoeld om te voorkomen dat de indiener nadeel ondervindt van de verwerkingstijd van de post, maar verlengt de termijn niet. Omdat het beroepschrift pas na afloop van de termijn was gedateerd en ontvangen, was het beroep niet tijdig ingediend. Het hof verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en kon daardoor niet inhoudelijk op de bezwaren ingaan.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.