Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het recht op omgang van de grootouder (oma) met haar kleinzoon, die sinds juli 2015 uit huis is geplaatst en bij pleegouders verblijft. De ouders zijn ontheven uit het ouderlijk gezag en de gecertificeerde instelling is benoemd tot voogd. De oma had een onbegeleide omgangsregeling van eenmaal per vier weken gedurende 4,5 uur en verzocht om uitbreiding naar één weekend per twee weken.
Het hof bevestigt dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen oma en de minderjarige en dat zij recht heeft op omgang. De contacten verlopen goed en de GI acht omgang in het belang van het kind. Het hof weegt mee dat de minderjarige een belast verleden heeft, met een ingewikkeld familiesysteem en verstoorde onderlinge verhoudingen, en dat het kind behoefte heeft aan rust en stabiliteit.
Gezien de kwetsbaarheid van het kind en de impact van andere contactmomenten met ouders en pleegouders, acht het hof verdere uitbreiding van de omgangsregeling op dit moment niet passend. De bestaande regeling van eenmaal per vier weken 4,5 uur onbegeleid contact wordt bevestigd, waarbij de GI in samenspraak met de oma de nadere invulling zal bepalen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de omgangsregeling van eenmaal per vier weken 4,5 uur onbegeleid contact tussen oma en minderjarige en wijst uitbreiding af.