Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader, gezamenlijk gezaghebbend over drie minderjarige kinderen, zijn in geschil geraakt over de verhuizing van de moeder met de kinderen naar het westen van het land. De moeder verzocht om vervangende toestemming voor deze verhuizing en wijziging van de zorgregeling. De rechtbank wees dit verzoek af en wijzigde de zorgregeling ten gunste van de vader.
In hoger beroep handhaaft het hof de afwijzing van het verzoek tot verhuizing. De moeder was zonder toestemming verhuisd naar een regio circa 200 kilometer verderop, met als belangrijkste reden haar veiligheid en die van de kinderen. Het hof oordeelt dat de moeder onvoldoende concrete en verifieerbare feiten heeft aangevoerd die een noodzaak tot deze verhuizing rechtvaardigen. Ook zijn er geen alternatieven dichterbij overwogen.
De zorgregeling blijft ongewijzigd. Het hof benadrukt dat de communicatie tussen ouders slecht is, wat de uitvoering van een zorgregeling bemoeilijkt. De belangen van de kinderen en de vader om onbelast contact te hebben wegen zwaarder dan het belang van de moeder bij verhuizing. De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn incidenteel hoger beroep over kinderalimentatie. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing af en bekrachtigt de gewijzigde zorgregeling ten gunste van de vader.