ECLI:NL:GHARL:2018:4767

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 mei 2018
Publicatiedatum
25 mei 2018
Zaaknummer
WAHV 200.198.238
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending recht op hoor en wederhoor door ontbreken vervolgzitting na nadere informatie

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die zijn beroep ongegrond verklaarde. Na de zitting van de kantonrechter werd nadere informatie ingediend, waarop het onderzoek werd heropend en de officier van justitie de gelegenheid kreeg te reageren. De betrokkene ontving deze reactie ter informatie, maar zonder de mogelijkheid om hierop te reageren.

Volgens artikel 12, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) moeten partijen in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze nader toe te lichten op een openbare zitting. Het hof oordeelde dat het ontbreken van een vervolgzitting na heropening van het onderzoek een schending van het recht op hoor en wederhoor betekent.

Omdat partijen niet uitdrukkelijk toestemming hadden gegeven om verdere behandeling achterwege te laten, kon de beslissing van de kantonrechter geen stand houden. Het hof vernietigde daarom het vonnis en bepaalde dat de zaak opnieuw ter zitting van het hof zal worden behandeld, waarbij de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld te worden gehoord. Alle verdere beslissingen werden aangehouden.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd wegens schending van het recht op hoor en wederhoor en de zaak wordt opnieuw ter zitting behandeld.

Uitspraak

WAHV 200.198.238
25 mei 2018
CJIB 186471521
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Tussenarrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 25 juli 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De betrokkene merkt op dat in de beslissing van de kantonrechter staat dat hij twee weken de tijd heeft gekregen om te reageren op de reactie van de officier van justitie. Deze termijn heeft hij echter niet gekregen. Hij heeft de reactie van de officier van justitie ter informatie ontvangen, maar daarbij was niet vermeld dat hij hier op kon reageren. De betrokkene voelt zich in zijn verdedigingsbelang geschaad, nu hij zich hier niet meer tegen heeft kunnen verweren.
2. Artikel 12, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen.”
3. De betrokkene is opgeroepen voor de zitting van 2 maart 2016 waar het beroep mondeling is behandeld. De betrokkene is hier ook verschenen. Na deze zitting heeft de betrokkene nadere stukken ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft de kantonrechter het onderzoek heropend en de officier van justitie gelegenheid gegeven hierop te reageren. De reactie van de officier van justitie is aan de betrokkene toegezonden. Op 25 juli 2016 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan.
4. Het beginsel van hoor en wederhoor brengt mee dat in een geval als dit, indien nadere informatie wordt ingediend na afloop van de zitting van de kantonrechter en het onderzoek op grond van deze informatie wordt heropend, in beginsel een vervolgzitting dient plaats te vinden alvorens de kantonrechter op het beroep beslist. Hier kan slechts van worden afgezien wanneer partijen uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven om de verdere behandeling van het beroep ter zitting achterwege te laten. Daar is in deze zaak niet van gebleken. Hierop gelet is sprake van schending van het recht op hoor en wederhoor. De beslissing van de kantonrechter kan daarom geen stand houden. Het hof zal doen wat de kantonrechter had moeten doen en daartoe de betrokkene in de gelegenheid stellen te worden gehoord door de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

Het gerechtshof:
bepaalt dat de zaak zal worden behandeld ter zitting van het hof;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.