ECLI:NL:GHARL:2018:4752
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen klachtbehandeling curator in curatelezaak
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de kantonrechter inzake een klacht over de handelswijze van de curator van zijn kind, die onder curatele is gesteld. De kantonrechter had de klacht van de vader ongegrond verklaard. De vader stelde vier grieven in hoger beroep om de klacht alsnog gegrond te laten verklaren en de omgangsregeling te herstellen.
Tijdens de procedure bleek dat de vader en de curator, tevens moeder van het kind, bijgestaan door advocaten, verschenen waren, terwijl het kind zelf niet aanwezig was. Het hof heeft onderzocht of er een wettelijke grondslag bestaat voor het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter in het kader van de klachtbehandeling, zoals geregeld in de Aanbevelingen curatele van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht.
Het hof oordeelde dat Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek geen wettelijke basis biedt voor het instellen van hoger beroep tegen een dergelijke beschikking. Ook elders kon geen wettelijke grondslag worden gevonden. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten werden gecompenseerd omdat de procedure de belangen van het kind betreft en de partijen gewezen echtgenoten zijn.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.