Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[de meerderjarige] ,
Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 8 mei 2018 uitspraak gedaan in een hoger beroep betreffende de vaststelling van kinderalimentatie en de ontvankelijkheid van een vader om namens zijn jongmeerderjarige dochter te procederen.
Het hof bevestigde de eerdere tussenbeschikking en beoordeelde de alimentatieverzoeken voor twee minderjarige kinderen. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €263 per maand per kind, waarbij het hof het inkomen van de vader gelijkstelde aan dat van de moeder wegens onvoldoende onderbouwing van zijn lagere inkomen. De bijdrage van de vader werd vastgesteld op €40 per maand voor het ene kind en €66 per maand voor het andere, rekening houdend met zorgkortingen.
Ten aanzien van de jongmeerderjarige dochter oordeelde het hof dat de vader ontvankelijk is om namens haar te procederen op grond van een volmacht, ondanks dat zij zelf meerderjarig is geworden tijdens de procedure. De dochter had geen behoefte aan een bijdrage in haar levensonderhoud en studie omdat zij met haar eigen inkomen en studiefinanciering in haar behoeften kan voorzien. Het hof vernietigde het deel van de beschikking dat de bijdrage van de vader aan de moeder voor de minderjarige kinderen afwees en bekrachtigde het deel dat het verzoek voor de meerderjarige afwees.
Uitkomst: De vader is ontvankelijk om namens de jongmeerderjarige dochter te procederen en moet een bijdrage van €40 en €66 per maand betalen voor de verzorging en opvoeding van de twee minderjarige kinderen.