ECLI:NL:GHARL:2018:4222
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring en bevoegdheid BOA bij vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden
De betrokkene stelde administratief beroep in tegen een beschikking waarbij een sanctie van €230,- werd opgelegd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op de A12 te Zoetermeer. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden niet binnen de gestelde termijn waren ingediend. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond.
Het hof oordeelt dat de termijn voor het indienen van de beroepsgronden onredelijk kort was, omdat de betrokkene de zaakstukken pas enkele dagen voor het aflopen van de termijn ontving. Hierdoor had de officier van justitie het beroep niet niet-ontvankelijk mogen verklaren en vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie.
Verder is vastgesteld dat de BOA's die de sanctie oplegden bevoegd waren op grond van hun akte generieke opsporing en de toepasselijke wet- en regelgeving. De sanctie betreft een strafbaar feit en valt binnen hun opsporingsbevoegdheid. Het beroep tegen de inhoudelijke beschikking wordt daarom ongegrond verklaard. Tot slot veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €501,- aan de betrokkene.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verklaart het beroep tegen de beschikking ongegrond; BOA's waren bevoegd tot sanctieoplegging.