Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 april 2018 de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland bekrachtigd waarbij het ouderlijk gezag van de moeder over haar dochter, geboren in 2009, is beëindigd. De minderjarige lijdt aan het Foetaal Alcohol Spectrum Stoornis (FASD), een posttraumatische stressstoornis en een reactieve hechtingsstoornis. De moeder was het niet eens met de beëindiging en kwam in hoger beroep.
Het hof overweegt dat het gezag kan worden beëindigd indien het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet binnen een aanvaardbare termijn in staat is de verzorging en opvoeding op zich te nemen. Het belang van het kind staat voorop, waarbij continuïteit en duidelijkheid over het opvoedingsperspectief essentieel zijn. De moeder heeft onvoldoende openheid gegeven over haar psychiatrisch onderzoek en vertoont geen stabiele woonsituatie. Haar partner heeft problematiek die niet in het belang van het kind is.
De moeder verzet zich tegen de pleeggezinplaatsing, maar het kind woont sinds 2015 in een perspectiefbiedend pleeggezin waar het goed gaat. Het hof acht de termijn waarbinnen terugplaatsing mogelijk zou zijn verstreken. Het verzoek van de moeder voor nader onderzoek wordt afgewezen omdat dit geen andere uitkomst zou geven. De gezagsbeëindiging is noodzakelijk en proportioneel en niet in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De moeder blijft een belangrijke rol spelen, maar moet haar rol op afstand accepteren.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige.