Uitspraak
de man,
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak draait het om de onverdeeldheid van de echtelijke woning en het bijbehorende erf tussen man en vrouw na hun scheiding. De man vorderde aanvankelijk dat de vrouw medewerking verleent aan de verkoop en levering van de woning en het weiland aan hem tegen een bepaalde prijs, terwijl de vrouw de ontruiming van de woning door de man eiste.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van de man af en veroordeelde hem tot ontruiming. In hoger beroep wijzigde de man zijn eis op grond van gewijzigde feiten en stelde hij dat hij de woning voor €300.000 kon overnemen, met een overbedeling van €30.000 aan de vrouw. Het hof oordeelde dat het redelijk is de man een termijn van zes weken te geven om de woning op zijn naam te krijgen, waarna de vrouw de woning aan derden mag verkopen als dat niet lukt.
Het hof legde dwangsommen op voor het geval partijen niet meewerken en bepaalde dat de vrouw niet langer gehouden is om bij te dragen aan de woonlasten vanaf de datum van levering. De overige vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Man krijgt zes weken om woning op zijn naam te krijgen, daarna kan vrouw verkoop aan derden regelen met dwangsommen bij niet-medewerking.