ECLI:NL:GHARL:2018:3499

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 april 2018
Publicatiedatum
16 april 2018
Zaaknummer
200.210.039/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging minderjarige

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep inzake de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De vader had bezwaar gemaakt tegen de rapportage van de door het hof benoemde deskundige, evenals de minderjarige zelf, waardoor het rapport niet in de procedure kon worden ingebracht.

Het hof overwoog dat deze blokkering van het wettelijk blokkeringsrecht niet wegnam dat het hof de gevolgen van deze weigering mocht verbinden aan de ernst van de situatie. De zorgen van de gecertificeerde instelling over het interactiepatroon tussen vader en minderjarige en de ernstige bedreiging van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige werden door de blokkering juist versterkt.

Het hof stelde vast dat er geen verbetering was in de situatie sinds de eerdere ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, en dat de gronden daarvoor nog steeds aanwezig waren. Daarom werd de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.

Daarnaast bepaalde het hof dat de kosten van het deskundigenonderzoek van € 9.406,39 ten laste van 's Rijks kas komen, conform eerdere tussenbeschikkingen. De beschikking werd uitgesproken in het openbaar op 12 april 2018.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden bekrachtigd wegens voortdurende ernstige ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.210.039/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/150643 / FJ RK 16-891)
beschikking van 12 april 2018
inzake
[verzoeker],
wonende te [A] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. G.J.P.M. Grijmans te Bolsward,
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
gevestigd te Leeuwarden,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de GI.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

1.[de moeder] ,

wonende te [B] ,
verder te noemen: de moeder,
2. [de pleegouders],
wonende te [C] ,
verder te noemen: de pleegouders van [de minderjarige] ,
3. mr. [D] , in haar hoedanigheid van bijzondere curator van [de minderjarige] ,kantoorhoudend te [E] , verder te noemen: de bijzondere curator.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Voor het verloop van het geding tot 12 september 2017 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikkingen van 30 mei 2017 en 12 september 2017.
1.2
Het verdere verloop blijkt onder meer uit:
- een brief van drs. [F] van 11 februari 2018;
- een journaalbericht van de bijzondere curator van 14 februari 2018 met productie(s);
- een brief van de GI van 27 februari 2018;
- een brief van de moeder, ingekomen op 2 maart 2018;
- een faxbericht van mr. Grijmans van 2 maart 2018, tevens per gewone post binnengekomen op 5 maart 2018;
- een journaalbericht van de bijzondere curator van 2 maart 2018 met productie(s).

2.De motivering van de beslissing

2.1
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeschikkingen van
30 mei 2017 en 12 september 2017, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.
2.2
Bij genoemde tussenbeschikking van 30 mei 2017 heeft het hof, voor zover hier
van belang, overwogen dat het hof zich onvoldoende voorgelicht achtte om een beslissing
te kunnen geven over de voorliggende geschilpunten, te weten de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] en het [G] verzocht om een deskundige voor te stellen om nader en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de in die beschikking geformuleerde vragen. Bij tussenbeschikking van 12 september 2017 is vervolgens een deskundigenonderzoek gelast, te verrichten door drs. [F] ,
GZ-psycholoog, aan de hand van een in deze beschikking aangepaste vraagstelling.
Dit onderzoek is uitgevoerd maar de rapportage is niet in de procedure ingebracht omdat de vader en [de minderjarige] inzage in de hun betreffende rapportage hebben geweigerd door middel van een beroep op hun wettelijke blokkeringsrecht. Dit wettelijk recht doet er echter niet aan af dat het hof aan deze blokkering van de rapportage de gevolgen kan verbinden die hem gerade voorkomen. Het hof overweegt daartoe als volgt.
2.3
Van de dossierstukken maakt deel uit een psychologisch rapport over [de minderjarige] uit 2015. Het hof achtte een update van belang en het hof wilde nader onderzoek omtrent de door de GI benoemde voortdurende (grote) zorgen over het interactiepatroon tussen [de minderjarige] en de vader en de ernstige bedreiging van haar sociaal-emotionele ontwikkeling, zaken die ook reeds waren benoemd in voormeld rapport over [de minderjarige] van 2015. De blokkering van de rapportage van de door het hof benoemde deskundige door zowel de vader als [de minderjarige] , versterkt naar het oordeel van het hof de door de GI benoemde zorgen dat er wel degelijk nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] en een interactie tussen [de minderjarige] en de vader die bedreigend is voor de ontwikkeling van [de minderjarige] .
Een verandering/verbetering van de situatie rond [de minderjarige] ten tijde van de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing heeft het hof niet kunnen vaststellen zodat de gronden van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing nog steeds aanwezig waren en zijn. Het hof zal de beschikking waarvan beroep dan ook bekrachtigen.
Kosten van het deskundigenonderzoek
2.4
Het hof heeft in de tussenbeschikking van 30 mei 2017 onder rechtsoverweging 5.12 overwogen dat de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van 's Rijks kas zullen komen om de daar vermelde redenen, dat aan partijen geen voorschot als bedoeld in artikel 195 Rv Pro zal worden opgelegd en dat het aan de deskundige toekomende bedrag bij de te geven eindbeschikking overeenkomstig de daarvoor en krachtens de wet gestelde regelingen in dit geval ten laste van 's Rijks kas door de griffier aan de deskundige zal worden betaald.
2.5
Het hof heeft een nota van 7 februari 2018 ontvangen van de deskundige ter hoogte van in totaal € 9.406,39 (inclusief btw) met een urenspecificatie en een reiskostenopgave. Het hof zal de kosten definitief op dit bedrag vaststellen en bepalen dat de kosten ten laste van 's Rijks kas zullen komen.

3.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 18 november 2016;
stelt de kosten van het deskundigenonderzoek vast op € 9.406,39 (inclusief btw) en bepaalt dat deze kosten ten laste van 's Rijks kas komen;
verklaart deze beschikking ten aanzien van de kosten van het deskundigenonderzoek uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.W. Beversluis, J.G. Idsardi en I.F. Clement, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier, is op 12 april 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.