ECLI:NL:GHARL:2018:3286
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vernietigt sanctie vasthouden mobiele telefoon als rijinstructeur niet bestuurder
De betrokkene, een rijinstructeur, kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 14 augustus 2014. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. In hoger beroep stelde de betrokkene dat hij niet de feitelijke bestuurder was, maar als instructeur op de passagiersstoel zat, en ontkende het vasthouden van een mobiele telefoon.
Het hof bekeek de Nota van toelichting bij artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waaruit blijkt dat het verbod op het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden alleen geldt voor degene die daadwerkelijk het voertuig bestuurt. De rijinstructeur valt niet onder deze definitie als hij niet achter het stuur zit.
Op basis van het dossier en de toelichting concludeert het hof dat de betrokkene niet de feitelijke bestuurder was en daarom niet de gedraging heeft verricht. De beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking worden vernietigd. De klacht over de verwisseling van het navigatiesysteem met een mobiele telefoon behoeft geen bespreking meer.
Uitkomst: De sanctiebeschikking tegen de rijinstructeur wordt vernietigd omdat hij niet de feitelijke bestuurder was.