ECLI:NL:GHARL:2018:327
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken wettelijke zekerheidstelling
De betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het niet of niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van een sanctie en administratiekosten. Betrokkene voerde aan dat hij feitelijk zekerheid had gesteld door zijn geboortedatum op alle correspondentie te vermelden, waarmee het Openbaar Ministerie had kunnen weten dat hij AOW-gerechtigd was.
Het hof overwoog dat volgens artikel 11, lid 3, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) zekerheidstelling uitsluitend kan plaatsvinden via het Centraal Justitieel Incassobureau door acceptgiro of storting op de rekening van het CJIB. Betrokkene had niet op deze wettelijk voorgeschreven wijze zekerheid gesteld. Een draagkrachtverweer of verschoonbare omstandigheden waren niet aangevoerd.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk is. Het hof kon niet inhoudelijk op de bezwaren tegen de sanctie ingaan en wees het verzoek tot vergoeding van kosten af. De sanctie werd onherroepelijk en het CJIB kan de inning hervatten.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van wettelijke zekerheidstelling en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.