Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die het gezamenlijk gezag over hun drie minderjarige kinderen beëindigde. De kinderen staan sinds 2012 onder toezicht en zijn sinds 2014 uit huis geplaatst, waarbij zij in verschillende pleeggezinnen en een gezinshuis verblijven.
Het hof overweegt dat het belang van de kinderen bij zekerheid, continuïteit en ongestoorde hechting in hun huidige leefomgeving prevaleert boven het belang van de ouders bij het behoud van het gezag. De ouders erkennen inmiddels dat het perspectief van de kinderen niet meer bij hen ligt, hoewel zij meer betrokkenheid wensen bij belangrijke beslissingen.
De minderjarigen hebben uiteenlopende wensen: één wil geen mening geven, een ander wenst dat de ouders stoppen met rechtszaken en accepteert de voogd, en de derde heeft een begeleide omgangsregeling. Het hof concludeert dat voortzetting van het gezag onwenselijk is vanwege de onrust en het gebrek aan samenwerking.
Daarom bekrachtigt het hof de bestreden beschikking van de rechtbank die het gezag beëindigt. Het gezagseinde betekent niet dat de ouders geen rol meer spelen; zij behouden recht op informatie en contact, voor zover het belang van de kinderen dit toelaat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over de drie minderjarige kinderen.