ECLI:NL:GHARL:2018:267

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 januari 2018
Publicatiedatum
10 januari 2018
Zaaknummer
21-000598-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 269 SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens onduidelijkheid smaadschrift

In deze strafzaak ging het om smaadschrift dat verdachte zou hebben gepleegd tegen twee benadeelden in de periode van 14 januari tot en met 4 februari 2015. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht na onderzoek op zittingen in september en december 2017.

De tenlastelegging betrof het verspreiden van beschuldigingen over overmatig alcoholgebruik, agressief gedrag en dreigementen door de benadeelden binnen een vereniging. Het OM werd niet-ontvankelijk verklaard voor het smaadschrift jegens de tweede benadeelde omdat geen klacht was ingediend, een vereiste bij dit klachtdelict.

Voor het smaadschrift jegens de eerste benadeelde sprak het hof verdachte vrij omdat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet eenduidig bleek welke handelingen verdachte had verricht en onduidelijk was of zij zich achter de inhoud van de brief en e-mail wilde scharen.

De vorderingen tot schadevergoeding van beide benadeelden werden afgewezen omdat het OM niet ontvankelijk was verklaard of omdat verdachte werd vrijgesproken. Beide partijen dragen hun eigen kosten.

Het arrest werd op 4 januari 2018 uitgesproken door het hof Arnhem-Leeuwarden onder voorzitterschap van mr. A. van Maanen.

Uitkomst: Het hof verklaart het OM niet-ontvankelijk voor smaadschrift jegens de tweede benadeelde en spreekt verdachte vrij voor het smaadschrift jegens de eerste benadeelde.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000598-16
Uitspraak d.d.: 4 januari 2018
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 22 januari 2016 met parketnummer 05-231730-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1955] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 15 september 2017 en 21 december 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman,
mr. M.E. Bosman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en zal daarom opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- ten laste gelegd dat:
zij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 14 januari 2015 tot en met 4 februari 2015 te [plaats] opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door tezamen en in vereniging met (een) ander(en) in een brief gericht aan de instructeurs van [vereniging] en/of een e-mail gericht aan het secretariaat en/of cursisten van [vereniging] te schrijven dat: - die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] in toenemende mate alcohol gebruiken en/of - die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] ruikend naar drank of soms zelfs aangeschoten op de club aanwezig waren en/of - die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] ruikend naar drank of soms zelfs aangeschoten taken uitvoerden en/of - die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te kampen hebben met een persoonlijk probleem, te weten: het overmatig gebruik van alcohol en/of - het bestuur geconfronteerd werd met geheugenproblemen van [benadeelde 1] en/of - die [benadeelde 1] een tegendraadse en/of agressieve houding aannam en/of (waardoor) er fouten en bijna fouten zijn gemaakt die de vereniging schade berokkenden, richting cursisten, instructeurs en leden op financieel en persoonlijk vlak en/of - bij die [benadeelde 2] overmatig alcoholgebruik is geconstateerd en/of is geconstateerd dat [benadeelde 2] steeds meer problemen ondervindt met het op correcte wijze uitvoeren van haar werkzaamheden en/of - die [benadeelde 1] (voormalig voorzitter) per e-mail dreigementen heeft geuit.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd het openbaar ministerie (verder: OM) niet-ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging voor wat betreft het ten laste gelegde smaadschrift gepleegd ten aanzien van mevrouw [benadeelde 2] .
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota, verzocht het OM niet-ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging nu het OM ten onrechte verdachte heeft gedagvaard, in plaats van de vereniging in haar hoedanigheid van rechtspersoon. Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging voor wat betreft het ten laste gelegde smaadschrift gepleegd ten aanzien van mevrouw [benadeelde 2] .
Het oordeel van het hof
Verdachte wordt vervolgd wegens smaadschrift gepleegd tegen de heer [benadeelde 1] en/of mevrouw [benadeelde 2] .
Het ten laste gelegde smaadschrift betreft een delict welke ingevolge het bepaalde in artikel 269 van Pro het Wetboek van Strafrecht, niet wordt vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd. Een klacht is daarmee een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het OM in zijn vervolging ter zake van dat klachtdelict.
Het hof stelt vast dat door mevrouw [benadeelde 2] geen klacht is ingediend. Evenmin is het hof uit de overige stukken van het dossier of uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken van een onmiskenbare bedoeling van mevrouw [benadeelde 2] dat door het OM tot vervolging van verdachte zou worden overgegaan. Dat betekent dat het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging voor wat betreft het ten laste gelegde smaadschrift gepleegd ten aanzien van mevrouw [benadeelde 2] .
Het hof is -anders dan de raadsman- van oordeel dat het OM wel ontvankelijk is in de strafvervolging voor wat betreft het ten laste gelegde smaadschrift gepleegd ten aanzien van de heer [benadeelde 1] .
De vervolging of het daderschap van een rechtspersoon sluit de vervolging of het daderschap van een natuurlijke persoon niet uit. Het staat het OM in beginsel vrij te beslissen of de rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon op grond van het eigen daderschap wordt vervolgd (HR 21-10-1986,
NJ1987, 362). Naar het oordeel van het hof zijn er in dit geval geen redenen van dat beginsel af te wijken. Het hof verwerpt derhalve het verweer van de raadsman.

Vrijspraak

Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde smaadschrift gepleegd ten aanzien van de heer [benadeelde 1] .
Het standpunt van de verdediging
Ook de raadsman heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde smaadschrift gepleegd ten aanzien van de heer [benadeelde 1] .
Het oordeel van het hof
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het hof is van oordeel dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet eenduidig is gebleken welke ten laste gelegde handelingen verdachte heeft begaan. Daarnaast is onduidelijk gebleven in hoeverre verdachte zich achter de definitieve inhoud van de brief van 14 januari 2015 en/of de e-mail van 4 februari 2015 heeft willen scharen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.
Aangezien het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren, dient de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.616,60. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 300,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging voor wat betreft het ten laste gelegde smaadschrift gepleegd ten aanzien van [benadeelde 2] .
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde ten aanzien van [benadeelde 1] heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Aldus gewezen door
mr. A. van Maanen, voorzitter,
mr. R.H. Koning en mr. G. Souer, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Muradov, griffier,
en op 4 januari 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
De griffier, mr. Koning en mr. Souer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 4 januari 2018.
Tegenwoordig:
mr. E.A.K.G. Ruys, voorzitter,
mr. A.M. de Vries, advocaat-generaal,
mr. N.E. Versloot, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.