Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM – LEEUWARDEN
9 januari 2018
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Overwegingen
5.Proceskosten
6.Beslissing
9 januari 2018.
binnen zes wekenna de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een gepensioneerde die AOW-, pensioen- en lijfrente-uitkeringen ontvangt, stelde zich op het standpunt dat de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) niet tot het belastbaar inkomen uit werk en woning behoort en dat het ontbreken van aftrek leidt tot ongelijke behandeling ten opzichte van werknemers.
De rechtbank Gelderland had deze beroepen ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof heeft het geschil inhoudelijk behandeld en bevestigd dat de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW niet aftrekbaar is en niet in mindering komt op het belastbaar inkomen uit werk en woning.
Het hof overwoog dat het verschil in fiscale behandeling tussen gepensioneerden en werknemers berust op een door de wetgever gemaakt onderscheid tussen inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking en inkomsten uit vroegere arbeid. Dit verschil is gerechtvaardigd en leidt niet tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
Daarnaast wees het hof het beroep op het non-discriminatiebeginsel af en bevestigde het dat de aanslagen en de belastingrente terecht zijn vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.