Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vrouw heeft in hoger beroep het verzoek gedaan tot vernietiging van de erkenning van haar kind door de man, stellende dat zij onder bedreiging toestemming heeft gegeven. De erkenning vond plaats terwijl de man niet de biologische vader is. De rechtbank wees het verzoek af en het hof bevestigt deze beslissing na beoordeling van de feiten en het bewijs.
De vrouw stelde dat zij door bedreiging en angst voor de man, die een crimineel verleden heeft en narcistisch gedrag vertoont, gedwongen was de erkenning te laten plaatsvinden. Zij overlegde verklaringen van familieleden en een ex-partner van de man ter ondersteuning. De man ontkende de bedreigingen en stelde dat de erkenning in goed overleg plaatsvond, waarbij hij als sociale vader heeft gefungeerd.
Het hof oordeelde dat de vrouw ontvankelijk was omdat haar angst voortduurde bij het indienen van het verzoek. Echter, het hof vond de bewijsvoering onvoldoende concreet en overtuigend om aan te nemen dat de erkenning onder bedreiging tot stand kwam. De verklaringen waren niet specifiek genoeg en het causale verband tussen bedreiging en toestemming ontbrak. Daarom werd het verzoek tot vernietiging afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van de erkenning af wegens onvoldoende bewijs van bedreiging.