ECLI:NL:GHARL:2018:1956
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging en mishandeling
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inzake openlijke geweldpleging en mishandeling op 10 mei 2013.
De tenlastelegging omvatte primair openlijke geweldpleging in vereniging met lichamelijk letsel en subsidiair opzettelijke mishandeling. Het hof stelde vast dat verdachte weliswaar aanwezig was, maar geen significante of wezenlijke bijdrage aan het primair ten laste gelegde had geleverd. Dit leidde tot vrijspraak van openlijke geweldpleging.
Ten aanzien van de mishandeling baseerde het hof zich uitsluitend op de verklaring van verdachte, die niet werd ondersteund door andere bewijsmiddelen. De benadeelde deed geen aangifte van een trap of schop na het openlijke geweld. Hierdoor werd niet voldaan aan het bewijsminimum van artikel 341, vierde lid, Sv, wat resulteerde in vrijspraak voor het subsidiair ten laste gelegde.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd aan verdachte. De benadeelde werd veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van openlijke geweldpleging en mishandeling wegens onvoldoende bewijs.