Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
De man betwist de stellingen van de vrouw en voert aan dat het inkomensverlies niet voor herstel vatbaar is nu zijn voormalige werkgever geen andere passende functie kan bieden. De man solliciteert naar een nieuwe baan, maar dat is tot nu toe tevergeefs. Daarnaast voert de man aan dat de arbeidsovereenkomst met de voormalige werkgever van de man is geëindigd met wederzijds goedvinden zodat het inkomensverlies niet verwijtbaar is.