ECLI:NL:GHARL:2018:11703

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
30 oktober 2019
Zaaknummer
200.226.118
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArtikel 8.5 lid 1 Erfpacht- en Koopgarantbepalingen
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontruimingsvordering in geschil over erfpacht en hypotheekrecht

In deze civiele zaak stond een geschil centraal tussen Rabobank en een geïntimeerde over de toepassing van erfpacht- en koopgarantbepalingen en de bevoegdheid van de hypotheekhouder om namens de erfpachter het erfpachtsrecht te koop aan te bieden.

Rabobank verzocht om een herstelarrest nadat in het eerdere arrest abusievelijk was vermeld dat sprake was van een huurgarantie, terwijl volgens de akte vestiging erfpacht artikel 8.5 lid 1 van de Erfpacht- en Koopgarantbepalingen niet van toepassing is. Rabobank wilde dat de geïntimeerde werd veroordeeld tot ontruiming van de woning.

Het hof oordeelde echter dat het herstelverzoek geen kennelijke fout betrof die eenvoudig te herstellen viel volgens artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarom wees het hof het verzoek af en hoefde de geïntimeerde niet meer te worden gehoord over dit verzoek. De ontruimingsvordering werd daarmee afgewezen.

Uitkomst: Het hof wees het herstelverzoek van Rabobank af en wees de ontruimingsvordering af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.226.118
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 325057)
beslissing ex artikel 31 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
in de zaak van

1.de naamloze vennootschap Rabohypotheekbank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,
hierna: Rabohypotheekbank,
en

2.de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A.,

als rechtsopvolgster van de Coöperatieve Rabobank Vallei en Rijn U.A.
gevestigd te Amsterdam,
hierna: Rabobank U.A.,
Rabohypotheekbank en Rabobank U.A. hierna tezamen ook te noemen: Rabobank,
appellanten,
eiseressen in eerst aanleg,
advocaat: mr. T.A. Vermeulen
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [geïntimeerde] ,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
niet in hoger beroep verschenen

1.Het procesverloop

1.1
Het hof heeft in deze zaak op 6 november 2018 arrest gewezen.
1.2
Bij brief van haar raadsman van 7 november 2018 heeft Rabobank het hof verzocht een herstelarrest te wijzen. Rabobank heeft daartoe gesteld dat in rechtsoverweging 4.7 van hert arrest van 6 november 2018 ten onrechte is opgenomen dat sprake is van een huurgarantie. In de akte vestiging erfpacht is onder ‘optionele bepalingen‘ expliciet vermeld dat artikel 8.5 lid 1 van de Erfpacht- en Koopgarantbepalingen niet van toepassing is. [geïntimeerde] dient dan ook alsnog te worden veroordeeld om de woning aan [adres] te ontruimen, aldus Rabobank.

2.De beoordeling en beslissing

2.1
Het hof is van oordeel dat het door Rabobank verzochte herstel van het arrest van 6 november 2018 geen betrekking heeft op een kennelijke fout die zich, op de wijze als voorzien in artikel 31 Wetboek Pro van burgerlijke rechtsvordering, voor eenvoudig herstel leent. Nu het hof aanstonds van oordeel is dat het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking komt, hoeft [geïntimeerde] niet meer over dit verzoek te worden gehoord.
2.2
Gelet hierop wordt het verzoek van Rabobank afgewezen.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, H.L. Wattel en M.H.F. van Vugt en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 december 2018.