De ouders van een minderjarige die door zelfdoding overleed, dienden een klaagschrift in tegen het besluit van de officier van justitie om minderjarige beklaagden niet strafrechtelijk te vervolgen voor het verspreiden van een naaktfoto van hun zoon.
Het hof oordeelde dat de ouders ontvankelijk waren in hun beklag en deed een inhoudelijke beoordeling. Het onderzoek toonde aan dat de foto door het slachtoffer zelf via Snapchat was verspreid en dat de beklaagden de foto impulsief onder leeftijdsgenoten hadden gedeeld. Er was geen bewijs dat zij de dood van het slachtoffer hadden kunnen voorzien als gevolg van hun handelen.
Het hof verklaarde het beklag ten aanzien van het feit dood door schuld ongegrond. Ten aanzien van het verspreiden van kinderporno oordeelde het hof dat twee beklaagden (beklaagde 1 en 3) zich schuldig hadden gemaakt aan het strafbare feit en beveelde vervolging. Beklaagde 2 kreeg een voorwaardelijk sepot vanwege haar beperkte rol en jonge leeftijd.
De uitspraak benadrukt de ernst van het verspreiden van kinderporno en de impact daarvan, waarbij het hof het belang van vervolging onderstreept om recht te doen aan de ernst van het feit en de gevolgen ervan.