Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak verzocht de moeder om benoeming van een bijzondere curator voor haar kind in een procedure over de omgangsregeling. De moeder stelde dat er een belangenconflict bestond tussen haar en de vader, waardoor de belangen van de minderjarige niet goed zouden worden behartigd.
Het hof overwoog dat volgens artikel 1:250 BW Pro een bijzondere curator alleen wordt benoemd indien er een wezenlijk conflict is tussen de belangen van de met gezag belaste ouder en de minderjarige. Uit de feiten bleek dat de vader meewerkt aan de omgangsregeling en dat er geen sprake is van een dergelijk conflict. De minderjarige gaf bovendien aan geen behoefte te hebben aan een bijzondere curator.
Het hof concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de benoeming van een bijzondere curator noodzakelijk maakten. Daarom werd het verzoek van de moeder afgewezen.
De beslissing werd genomen door drie rechters van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en uitgesproken op 13 december 2018.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af wegens ontbreken van een wezenlijk belangenconflict.