Uitspraak
in eerste aanleg: verzoekster tevens verweerster in het zelfstandig tegenverzoek,
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep van HKA van 15 oktober 2018;
- dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten jegens HKA;
3.3. De feiten
“in overleg met de jurist van (…) [verweerster] (…) besloten de aanvraag deskundigenoordeel niet in behandeling te nemen.”.
4.Het verzoek aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan
5.De beoordeling in hoger beroep
grieven 1 en 2aanvoert, dan wel van ernstig verwijtbaar handelen van HKA, zoals [verweerster] aan haar aanvullende verzoek ten grondslag heeft gelegd. Aan de diametraal tegenover elkaar staande opvattingen van partijen ligt ten grondslag hun debat of van [verweerster] vanaf 27 juli 2017 wel of niet kon worden gevergd haar werkzaamheden voor HKA te hervatten en, in het verlengde daarvan, of het niet werken door [verweerster] voor haar rekening komt, zoals HKA met haar
grief 3aan de orde stelt, dan wel voor rekening van HKA komt. Het hof ziet aanleiding die laatste grief als eerste te behandelen.
Grief 3faalt daardoor.
grieven 1 en 2eveneens.
aanvullend verzoekvan [verweerster] daartoe zal dan ook worden afgewezen.