In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Overijssel vernietigd en opnieuw recht gedaan. De rechtbank had de ontnemingsvordering afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel had genoten. Het hof stelde vast dat de veroordeelde, op grond van een onherroepelijk arrest, amfetamine had geproduceerd en financieel voordeel had genoten.
Op basis van politieonderzoek in de woning van de veroordeelde, waar twintig liter fosforzuur was aangetroffen en 17 kg amfetamine, werd het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend. Uitgaande van een verkoopprijs van €600 per kg en productiekosten van €112,50 per kg, kwam het hof tot een schatting van €118.462,50. Omdat geen andere verdeling bekend was, werd het voordeel gelijk verdeeld tussen veroordeelde en medeveroordeelde, resulterend in €59.231,50 voor de veroordeelde.
Het hof constateerde overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep en matigde daarom de betalingsverplichting met 5%. Het definitieve bedrag dat veroordeelde moet betalen aan de Staat werd vastgesteld op €56.250. Het arrest werd uitgesproken op 6 december 2018 door de meervoudige kamer van het gerechtshof.