Uitspraak
1.[verzoeker1] ,
[verzoekers] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren Hofstee, Smit en Van der Winkel, stellende dat hun houding tijdens de comparitie en onjuistheden in het proces-verbaal wijzen op vooringenomenheid. Het verzoek volgde op een civiele procedure tussen verzoekers en Otto Simon B.V. c.s. waarbij op 17 september 2018 een comparitie had plaatsgevonden.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was wegens te late indiening, maar ging hieraan voorbij omdat de complexiteit van de zaak en het overleg tussen partijen een langere termijn rechtvaardigde. De nadere aangevoerde wrakingsgronden werden niet in behandeling genomen wegens strijd met artikel 37 lid 3 Rv Pro, dat vereist dat alle gronden tegelijk worden ingediend.
De inhoudelijke beoordeling leidde tot de conclusie dat de gestelde tunnelvisie en reeds genomen beslissing van de raadsheren niet blijken uit het proces-verbaal, dat een zakelijke weergave is van de comparitie. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, noch aanwijzingen dat de raadsheren niet naar verzoekers luisterden. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.