Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland die het ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind heeft beëindigd en de voogdij aan een gecertificeerde instelling heeft toegekend.
De minderjarige is kort na de geboorte uit huis geplaatst vanwege onveilige thuissituatie met conflicten en geweld tussen de ouders. Sinds maart 2017 woont het kind in een perspectiefbiedend pleeggezin waar het zich goed ontwikkelt en gehecht is geraakt. De raad voor de kinderbescherming heeft na zes maanden een verzoek tot beëindiging van het gezag ingediend, passend bij de aanvaardbare termijn voor zeer jonge kinderen.
De vader betoogde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn gewijzigde persoonlijke situatie en dat een deskundigenonderzoek naar zijn opvoedingsmogelijkheden noodzakelijk was. Het hof oordeelde dat het belang van het kind op stabiliteit, veiligheid en continuïteit voorop staat en dat de aanvaardbare termijn ruimschoots is verstreken. Terugplaatsing bij de vader is niet meer aan de orde, ook niet bij een positief deskundigenonderzoek.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de vader af, waarmee het gezag over de minderjarige definitief werd beëindigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de minderjarige en wijst het verzoek van de vader af.