Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de afwikkeling van het huwelijksvermogensrecht tussen partijen centraal na ontbinding van hun huwelijk. Het hof bevestigt dat Nederlands recht van toepassing is sinds de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door de vrouw in 2000, waardoor de wettelijke gemeenschap van goederen geldt vanaf dat moment. De peildatum voor de samenstelling en omvang van de gemeenschap is 6 mei 2014, de datum van ontbinding.
Partijen verschillen van mening over de waarderingsmethode van de aandelen in de holding van de man en over de wijze van verdeling van de woning, auto's, bankrekeningen en andere vermogensbestanddelen. Het hof benoemt een deskundige om de waarde van de aandelen te bepalen en stelt vragen over fiscale aspecten en continuïteit van de onderneming. Tevens wordt bepaald dat de vrouw de woning kan overnemen tegen getaxeerde waarde met aflossing van hypotheek en verdeling van overwaarde, of dat de woning verkocht wordt bij uitblijven van toedeling.
Verder wijst het hof verzoeken af die onvoldoende zijn onderbouwd, zoals inzage in een vermeende bankrekening in Iran. De vrouw dient een bedrag van € 40.830,05 terug te betalen in verband met de bruidsgave, aangezien deze onder de gemeenschap viel. Het hof stelt partijen in de gelegenheid om stukken over appartementen in Iran in te brengen en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van het deskundigenbericht en aanvullende stukken.
Uitkomst: Het hof benoemt een deskundige voor waardering van aandelen, bepaalt voorwaarden voor woningtoedeling en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van deskundigenbericht en aanvullende stukken.