ECLI:NL:GHARL:2018:1017
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens persoonsverwisseling en overlijden verdachte
Op 29 mei 2015 werd een persoon aangehouden die zich voordeed als verdachte in een strafzaak over handel in verdovende middelen. Deze persoon gebruikte een verlopen Duits paspoort met de naam van de verdachte, maar bleek niet de verdachte zelf te zijn. Na onderzoek en een zitting op 19 januari 2018 stelde het hof vast dat sprake was van persoonsverwisseling: de aangehouden persoon was de overleden broer van de verdachte.
De rechtbank had eerder een vonnis gewezen, maar het hof vernietigde dit omdat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in de vervolging nu de daadwerkelijke verdachte is overleden. De zaak werd geschorst om onder meer vertalingen te verzorgen, maar de identiteit van de verdachte werd pas definitief vastgesteld bij de terechtzitting van het hof.
Het hof oordeelde dat het recht tot strafvordering jegens de overleden persoon is vervallen op grond van artikel 69 Wetboek Pro van Strafrecht, en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. De zaak werd daarmee definitief beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de tenlastelegging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de persoon die als verdachte werd beschouwd.