ECLI:NL:GHARL:2018:10161
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens overwegende richtingbezwaren tegen onderwijs volgens Leerplichtwet 1969
Verdachte werd beschuldigd van het niet inschrijven van zijn leerplichtige dochter op een school in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969. Hij voerde aan dat hij vrijstelling verdiende op grond van artikel 5, onder b, omdat hij overwegende bedenkingen had tegen de richting van alle binnen redelijke afstand gelegen scholen, gebaseerd op zijn holistische levensovertuiging.
Het hof nam kennis van de uitgebreide toelichting van verdachte over zijn spirituele holisme, waarin het begrip 'eenheid' centraal staat en dat scholen volgens hem onvoldoende aansluiten bij deze levenshouding. Ook werd onderzocht of alternatieve scholen, zoals Montessorischolen of een holistische school op 52 km afstand, een optie waren, maar deze werden om praktische en inhoudelijke redenen afgewezen.
Het hof oordeelde dat de richtingbezwaren van verdachte voldoende duidelijk en concreet waren en kwalificeerden als overwegende bedenkingen in de zin van artikel 5, onder b, Leerplichtwet 1969. Het is niet aan de rechter om het gewicht van deze bedenkingen te beoordelen. Daarom was verdachte vrijgesteld van de inschrijvingsplicht en werd hij vrijgesproken van de ten laste gelegde overtreding.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat zijn holistisch gebaseerde richtingbezwaren als overwegende bedenkingen werden erkend en hij daardoor vrijstelling had van inschrijvingsplicht.