Belanghebbende kocht een kantoorgebouw dat op het moment van levering nog niet was verbouwd, maar waarvoor wel een onherroepelijke omgevingsvergunning voor 29 woonappartementen was afgegeven. Over de koopsom werd 6% overdrachtsbelasting betaald, waarna belanghebbende bezwaar maakte om het verlaagde tarief van 2% toe te passen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en het hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de feitelijke aard van het pand op het moment van levering bepalend is voor het tarief, niet de toekomstige woonbestemming of verbouwplannen. Een kantoorgebouw blijft een kantoorgebouw zolang het niet daadwerkelijk is verbouwd.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende dat verwees naar een arrest van de Hoge Raad inzake omzetbelasting, omdat dat arrest niet van toepassing is op overdrachtsbelasting. Het hof concludeerde dat het verlaagde tarief niet van toepassing is zolang het pand nog niet feitelijk als woning kan worden aangemerkt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.