Belanghebbende en zijn partner dreven samen een onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma (VOF) die eind 2010 werd ontbonden. Belanghebbende werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schulden van de VOF en vormde een regresvordering op zijn partner. De Inspecteur weigerde een deel van de aftrek van deze regresvordering te accepteren.
Het hof oordeelt dat de regresvordering voortvloeit uit de uitoefening van de onderneming en als zakelijk moet worden aangemerkt. De Inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat belanghebbende onzakelijk heeft gehandeld, ook niet bij het sluiten van de huurovereenkomst in 2003. De afwaardering van de regresvordering kan daarom ten laste van de winst uit onderneming worden gebracht.
Het hof stelt het verlies uit werk en woning voor 2010 vast op €369.134 negatief en wijst het hoger beroep toe. Tevens veroordeelt het hof de Inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht.