Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden en hebben in 2011 een echtscheidingsconvenant gesloten waarin partneralimentatie is vastgesteld. De man verzocht de rechtbank de alimentatie te verlagen wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder het einde van zijn dienstverband en het ontvangen van een WW-uitkering. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging.
Het hof stelt vast dat er een wijziging van omstandigheden is die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigt. De vrouw heeft een behoefte aan een bijdrage van € 2.548,- bruto per maand. De man had een inkomen uit dienstverband en eigen onderneming, maar het hof concludeert dat hij nog steeds zwarte inkomsten geniet, ondanks zijn stelling van het tegendeel.
De man heeft ook schulden waarvoor hij aflost, wat het hof meeneemt in de draagkrachtberekening. Het hof berekent de draagkracht van de man in drie perioden, rekening houdend met inkomen, uitgaven, en aflossingen. De partneralimentatie wordt dienovereenkomstig verlaagd: vanaf 17 november 2015 € 499,-, vanaf 12 september 2016 € 107,- en vanaf 12 november 2016 € 94,- bruto per maand. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en wijzigt de alimentatie overeenkomstig.
Uitkomst: Het hof wijzigt de partneralimentatie gefaseerd naar € 499,-, € 107,- en € 94,- bruto per maand vanaf respectievelijk 17 november 2015, 12 september 2016 en 12 november 2016.