ECLI:NL:GHARL:2017:858
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- I.G.M.Th. Weijers-van der Marck
- R. Feunekes
- D.J.I. Kroezen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing machtiging tot verwerping nalatenschap wegens onbekende financiële situatie bewindvoerder
De bewindvoerder, tevens zoon en wettelijk vertegenwoordiger van een dementerende rechthebbende, verzocht de kantonrechter om machtiging tot verwerping van de nalatenschap van diens overleden zus, de erflaatster. De kantonrechter wees dit verzoek af en bepaalde dat de nalatenschap beneficiair moest worden aanvaard.
In hoger beroep betoogde de bewindvoerder dat het verwerpen van de nalatenschap in het belang van de rechthebbende was, omdat de nalatenschap voornamelijk bestond uit een woning met een levenslang gebruiksrecht voor een andere zus en spaargeld, en dat de erfbelasting hoger was dan het vermogen van de rechthebbende, waardoor zij financieel zou worden benadeeld.
Het hof overwoog dat de bewindvoerder onvoldoende bewijs had geleverd van de financiële situatie van de rechthebbende, zoals vermogensopstellingen of bankafschriften, waardoor het niet kon beoordelen of verwerping in haar belang was. Daarom werd het verzoek afgewezen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen onderbouwing van de financiële situatie bij verzoeken tot verwerping van nalatenschappen door wettelijk vertegenwoordigers.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot machtiging tot verwerping van de nalatenschap af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.