Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin haar verzoeken werden afgewezen. Het geschil betreft een e-mail van de gecertificeerde instelling (GI) die de moeder als schriftelijke aanwijzing beschouwt en het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met haar kinderen die onder toezicht zijn gesteld.
Het hof oordeelt dat de e-mail van 16 juni 2016 geen schriftelijke aanwijzing is in de zin van het Burgerlijk Wetboek en ook geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De e-mail bevat geen dwingende opdracht of rechtsgevolg, maar een uitnodiging tot overleg. Hierdoor faalt het beroep van de moeder op vernietiging van dit besluit.
Verder verklaart het hof het beroep van de moeder niet-ontvankelijk voor het verzoek om een omgangsregeling vast te stellen op grond van artikel 1:262b BW vanwege het appelverbod. Een verzoek op grond van artikel 1:377a BW wijst het hof af vanwege het belang van de kinderen en de patstelling tussen moeder en GI.
Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking voor zover de moeder niet-ontvankelijk is verklaard en vernietigt deze voor zover het verzoek tot vernietiging van het besluit werd afgewezen, waarna de moeder alsnog niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep van de moeder niet-ontvankelijk en bekrachtigt de eerdere beschikking.