Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd in het buitenland en hadden aanvankelijk een gemeenschappelijke buitenlandse nationaliteit. De vrouw verzocht om echtscheiding en de rechtbank paste Nederlands recht toe, wat de man in hoger beroep betwistte. Hij stelde dat het buitenlandse recht van toepassing moest zijn vanwege de gemeenschappelijke nationaliteit en de duur van het verblijf in dat land.
Het hof oordeelde dat ten tijde van het verzoek om echtscheiding partijen geen gemeenschappelijke nationaliteit meer hadden, omdat de man de Nederlandse nationaliteit had verkregen en volgens de officiële registratie geen dubbele nationaliteit bezat. Er was geen uitdrukkelijke rechtskeuze gemaakt voor het buitenlandse recht. Daarom was Nederlands recht van toepassing op de echtscheiding.
De duurzame ontwrichting van het huwelijk werd niet betwist, zodat de echtscheiding kon worden uitgesproken. Het verzoek van de man tot schadevergoeding wegens overspel werd afgewezen omdat dit onder Nederlands recht geen grondslag heeft.
De bestreden beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding onder Nederlands recht en wijst het schadevergoedingsverzoek van de man af.