Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Amsterdam inzake een administratieve sanctie van €90,- opgelegd voor parkeren in strijd met een parkeerverbod op 11 oktober 2013.
De kantonrechter had het beroep gegrond verklaard vanwege onvoldoende vaststelling van de gedraging, met name door onduidelijkheid over de waarnemingstijd van de verbalisant en het onderscheid tussen stilstaan en parkeren. De officier van justitie stelde dat waarnemingstijd niet doorslaggevend is, tenzij het gaat om onmiddellijk laden of lossen.
Het hof oordeelde dat de betrokkene parkeerde en dat de uitzondering voor onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers niet van toepassing was. De betrokkene erkende dat het voertuig buiten een parkeervak stond en dat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een lagere sanctie rechtvaardigden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de boete gehandhaafd bleef.