ECLI:NL:GHARL:2017:7547
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontslag van instantie in faillissementsprocedure met samenhangende conventie en reconventie
In deze civiele procedure in hoger beroep speelt een geschil tussen appellant en geïntimeerde, waarbij appellant failliet is verklaard. De procedure in reconventie is geschorst op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro, terwijl de procedure in conventie op verzoek van geïntimeerde is geschorst op grond van artikel 27 Faillissementswet Pro. Geïntimeerde verzocht ontslag van instantie omdat de curator de procedure niet wenst over te nemen, maar appellant verzette zich hiertegen.
Het hof weegt het belang van geïntimeerde, die bij voortzetting van de procedure de proceskosten mogelijk niet op appellant kan verhalen, af tegen het belang van appellant bij een inhoudelijke beslissing op het geschil. Appellant heeft voldoende zekerheid gesteld voor proceskosten door derden, waardoor het belang van appellant zwaarder weegt.
Daarnaast oordeelt het hof dat ontslag van instantie in strijd zou komen met de eisen van een goede procesorde, omdat de vorderingen in conventie en reconventie nauw met elkaar verweven zijn. Een ontslag zou leiden tot tegenstrijdige uitspraken en het gezag van gewijsde zou de beoordeling van de reconventie belemmeren.
Het hof wijst het verzoek tot ontslag van instantie af en stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het ambtshalve doorhalen van de conventieprocedure, zodat de zaak kan worden voortgezet wanneer ook de reconventieprocedure wordt voortgezet. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Verzoek tot ontslag van instantie wordt afgewezen vanwege samenhang tussen procedures en gestelde zekerheid voor proceskosten.