Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1990 in Spanje gehuwd zonder huwelijkse voorwaarden en hebben na verhuizing naar Nederland gezamenlijk een woning met hypotheek verworven. Na ontbinding van hun huwelijk vordert appellant de verdeling van de ontbonden gemeenschap van aanwinsten, waarbij hij de woning en de aan de hypotheek gekoppelde levensverzekering toegewezen wil krijgen, met de verplichting om de hypotheekschuld als eigen schuld te dragen.
De rechtbank wees deze vordering af, maar het hof vernietigt dit vonnis en oordeelt dat appellant recht heeft op toedeling van de woning en polis, onder de voorwaarde dat hij de hypotheekschuld draagt en geïntimeerde wordt ontslagen van haar verplichtingen. Geïntimeerde is niet verschenen en verstek is verleend.
Het hof past Spaans huwelijksgoederenrecht toe, aangezien partijen ten tijde van het huwelijk geen rechtskeuze maakten en hun eerste huwelijksdomicilie in Spanje lag. De woning valt binnen de gemeenschap van aanwinsten. Het hof bepaalt dat het arrest dezelfde kracht heeft als de vereiste notariële akte indien geïntimeerde niet meewerkt aan de levering.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De woning en de aan de hypotheek gekoppelde polis worden aan appellant toegedeeld onder de verplichting dat hij de hypotheekschuld draagt en geïntimeerde meewerkt aan de levering.