Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een gemeente, exploiteert vier transferia waar bezoekers kunnen parkeren en gebruik maken van openbaar vervoer via een combikaart. De Inspecteur had aanvankelijk een fiscale vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij het openbaar vervoer als hoofdprestatie werd gezien, maar wijzigde dit standpunt na een arrest van het Hof van Justitie EU (Purple Parking).
De Inspecteur zegde de afspraak op en stelde dat parkeren de hoofdprestatie is, met als gevolg dat het algemene btw-tarief van toepassing is. De gemeente betaalde over 2014 btw tegen het algemene tarief, maar kreeg een teruggaafbeschikking. De rechtbank verklaarde het beroep van de gemeente ongegrond, maar het hof vernietigde dit oordeel en verklaarde het hoger beroep gegrond.
Het hof oordeelde dat de opzegging van de afspraak rechtsgeldig was en dat er sprake is van twee afzonderlijke prestaties: het bieden van parkeergelegenheid en het bieden van openbaar vervoer. Deze diensten zijn economisch, financieel en organisatorisch te onderscheiden. De vergoeding moet worden gesplitst in 67% parkeren (algemeen tarief) en 33% openbaar vervoer (verlaagd tarief). De Inspecteur wordt veroordeeld tot aanvullende teruggaaf en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en stelt de teruggaaf omzetbelasting vast op € 137.603 met vergoeding van proceskosten.