Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Jeugdbescherming Noord | Groningen,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal, die door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd beoordeeld in hoger beroep. De minderjarige, geboren in 2002, woont bij de moeder en staat onder gezamenlijk gezag van beide ouders. De kinderrechter had de ondertoezichtstelling van 17 januari 2017 tot 17 januari 2018 bevolen vanwege ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige.
De moeder was tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan met negen grieven, die het hof heeft onderzocht. Uit het rapport van de raad voor de kinderbescherming bleek dat de bedreigingen voortkomen uit de strijd tussen de ouders en de daaruit voortvloeiende loyaliteitsproblemen bij de minderjarige. De moeder deelt in periodes van onrust haar problemen met de minderjarige en spreekt negatief over de vader, waardoor de minderjarige te veel belast wordt met volwassenproblemen.
Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling niet alleen betrekking heeft op omgangsregelingen, maar breder is vanwege de ontwikkelingsbedreigingen. De moeder is onvoldoende in staat gebleken om van hulpverlening te profiteren en werkt moeizaam mee. Het hof achtte de ondertoezichtstelling noodzakelijk en verwacht dat de moeder binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding kan dragen, mits zij volledige medewerking verleent aan hulpverlening.
Daarom heeft het hof de beschikking van de kinderrechter van 17 januari 2017 bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door ouderlijke conflicten.