Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van de minderjarige is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar gezag over haar kind beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemde. De moeder verzocht onder meer om het gezag te behouden met gedelegeerde bevoegdheden, maar het hof overweegt dat de wet geen ruimte biedt voor het naast elkaar bestaan van voogdij en gezag.
De feiten betreffen een langdurige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige sinds 2010, met verblijf bij pleegouders sinds 2015. De rechtbank had het gezag van de moeder beëindigd omdat de ontwikkeling van het kind ernstig werd bedreigd en de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding kon dragen.
Het hof onderschrijft deze beoordeling en wijst het verzoek van de moeder af om haar gezagsbevoegdheden te behouden of te delegeren. Het voortduren van het gezag naast de voogdij zou leiden tot onduidelijkheid over de verblijfplaats en beslissingen over het kind. Het belang van het kind vereist duidelijkheid en continuïteit, waarbij de GI de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid heeft en de moeder betrokken blijft bij belangrijke besluiten.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.