Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
Clausing,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond het hoger beroep van appellant tegen Clausing Holding B.V. centraal. Appellant had bij dagvaarding hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 26 oktober 2016, strekkende tot vernietiging van dat vonnis en toewijzing van zijn vorderingen. Het hof stelde een termijn voor het nemen van de memorie van grieven vast, met uitstel tot 9 mei 2017.
Appellant heeft echter geen memorie van grieven genomen binnen de gestelde termijn. Hierdoor verviel volgens artikel 133 lid 4 Rv Pro en het Landelijk procesreglement het recht om grieven te dienen. Clausing maakte geen gebruik van de mogelijkheid om een memorie van eis in incidenteel appel in te dienen. Op 6 juni 2017 vroeg Clausing het arrest aan zonder dat partijen nog stukken overlegden.
Het hof oordeelde dat het vonnis waarvan beroep niet in strijd was met dwingende rechtsregels en dat het vervallen van het recht tot het dienen van grieven betekende dat het hoger beroep moest worden verworpen. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op €1.952 aan verschotten en €447 aan advocaatkosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is verworpen wegens niet-nemen memorie van grieven binnen de termijn, met veroordeling in proceskosten.