ECLI:NL:GHARL:2017:6507
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag wegens niet vervolgen voormalig wachtmeester Koninklijke Marechaussee
De zoon van klager is op 21 april 2004 omgekomen bij een schietincident in Irak waarbij Nederlandse militairen betrokken waren. Klager verzoekt vervolging van een voormalig wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee wegens het opzettelijk achterhouden van verklaringen van Irakese militairen in het dossier van het onderzoek Road Runner.
Het hof heeft het klaagschrift, ambtsberichten, pleitaantekeningen en overige stukken bestudeerd en de zaak in raadkamer behandeld. De advocaat-generaal erkende dat het ontbreken van de verklaringen in het dossier onwenselijk was, maar vond geen aanwijzingen voor strafbare feiten zoals valsheid in geschrift of meineed.
Het hof oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat beklaagde opzettelijk de verklaringen heeft achtergehouden. Beklaagde verklaarde weinig ervaring te hebben met dossiers en niet de beslisser te zijn geweest over de opname van verklaringen. Er is geen aanwijzing voor overleg of medeplegen met andere betrokkenen. Het beklag wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het besluit om geen strafvervolging in te stellen tegen beklaagde.