Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €230 opgelegd wegens het vermeend rechts inhalen op het Schenkviaduct te 's-Gravenhage op 30 mei 2014. Hij voerde aan dat er sprake was van filevorming en dat het rechts inhalen dan is toegestaan volgens artikel 13, tweede lid, RVV 1990.
De verbalisant verklaarde dat betrokkene met circa 65 km/u een auto rechts had ingehaald, waarbij de ingehaalde bestuurder schrok. De kantonrechter vroeg nadere informatie op, maar uit het aanvullend proces-verbaal bleek niet of er sprake was van filevorming.
Het hof oordeelt dat de verklaringen van de verbalisant onvoldoende zijn om overtuigend vast te stellen dat betrokkene rechts heeft ingehaald waar dat verboden is. Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter en de boete van de officier van justitie, en verklaart het beroep gegrond.
Daarnaast kent het hof betrokkene een proceskostenvergoeding toe voor reiskosten en verletkosten, omdat hij de zitting in hoger beroep heeft bijgewoond.
De zaak betreft de uitleg van het inhaalverbod en de uitzonderingen daarop bij verkeerssituaties met filevorming, waarbij het hof de belangen van betrokkene beschermt tegen onvoldoende bewijs van overtreding.